ODE AAN EEN KLEINE WIELERGOD
Maurice Geldhof

HOME |BIBLIOGRAFIE | PALMARES |PLOEGEN | FOTO'S | LINKS

DE TOUR VAN 1927


An intimate portrait of the Tour De France
" An intimate portrait of The Tour de France "

De mooiste wielrenfoto stond in het Amerikaanse magazine Time. Een zwart-wit plaat uit de Tour de France van 1927. We zien de kop van het peloton. Vier renners naast elkaar. De tweede van links heeft een sigaret in zijn mond.

De tweede van rechts - de Belg Maurice Geldhof - krijgt een vuurtje van zijn rivaal Julien Vervaeke. In die tijd werd je van roken niet ziek, maar werden ‘de longen geopend’ en was zo’n colletje een makkie.

Vandaag de dag zou een rokende sportman nog meer choqueren dan een die doping neemt. Enkele renners in het peloton bieden elkaar nonchalant een sigaret aan, zoals werkmensen dit doen na een dag hard labeur. Maar laat u door de foto niet misleiden.

Deze mannen gaan niet onbezonnen of naïef om met hun fysiek, het gaat om de laatste rit uit de ronde van Frankrijk van het jaar 1927. De media waren toen niet alom aanwezig en voor de lens willen ze de rit op een ludieke manier afsluiten door een sigaret te roken. Misschien wel een Belga, van toen er nog een fraai gestileerde dame het pakje sierde en roken nog geen doodsbedreiging inhield.

De wielrennerij is nog altijd een sport voor het volk, maar de renners zijn, zoals veel andere sporters, goden geworden. Ze wonen niet op de Olympus maar in een belastingsparadijs en hebben veel verplichtingen naast de weg als in de koers. Het zou ondenkbaar zijn dat renners zich zouden wagen om te roken, zelfs bij wijze van grap, in het peloton. Een doodzonde die amper vergiffenis zou krijgen.

Ene Amstrong heeft ooit de scène met de sigaretten dunnetjes overgedaan, zij het dan met champagne.  Maar in zijn gekoelde camper, omring door telelenzen, bodyguards en Cheryl Crow was hij al lang geen renner meer van het volk.

Onze flandriens van toen waren jongens uit het volk die een sport beoefenden voor het volk. Ze rijfden geen miljoenencontracten binnen, de sponsoring was nog op mensenmaat en de koers was nog niet het mediacircus dat wij nu kennen. Koersen hield voornamelijk in zo rap mogelijk van start naar aankomst te fietsen en daarmee was de kous af. Geen promotie voor laminaatvloeren of telecom-operatoren. De sociale druk was minder, wellicht ook de doping. Zelfs een biefstuk, met de stout en het ei, was nog hormonenvrij. Er was nog plezier te beleven en een geintje kon er ook nog af.

Het mooie van dit soort foto’s is het onverdunde machismo dat er van af spat. Dit waren Kerels, niet van die ingeteerde ballerina’s met hun kippenreetjes, hun buikgriepjes en ‘ik voel me niet zo lekker vandaag’-gepiep. Gelul! Dit waren mannen van de gestampte pot! Met dikke poten, een kont als een toeptafel en een romp als een bierton. Daarboven een op een stierennek geschroefde heroïsche mijnwerkerskop, bekroond met een serieuze pet en een motorbril. Ze fietsten op tweewielers met het gewicht van een Houwitser en pauzeerden op kerkpleintjes om hompen brood, halve hanen en varkenspoten te verorberen uit picknickmanden die hen door plattelandsmeiden met een hoog olala-gehalte werden aangereikt. Alles werd afgespoeld met karaffen eenvoudige doch smaakvolle rode landwijn. Af en toe reed iemand dronken de verkeerde kant op of viel in slaap onder een boom langs het tuinpad van iemands vader. Maar het volk riep allez, allez. En Parijs? Parijs was nog ver…

- meer over de Tour van 1927 | NAAR BOVEN -